Food for Thought, Rond BlueCity

“BlueCity is de Van Nelle fabriek van de 21e eeuw” – interview Jan Jongert

BlueCity-Circulaire-Economie-2018-december-26

BlueCity is een voorbeeldstad voor de circulaire economie, gevestigd in voormalig tropisch zwemparadijs Tropicana. Het werd in 1988 gebouwd en bijna exact 22 jaar later, in augustus 2010, weer gesloten. In 2015 kocht BlueCity het pand om het verlaten zwembad te transformeren naar een circulaire voorbeeldstad – volgens de principes van de circulaire en blauwe economie.

Hoe dat precies gaat? Dat laten we graag vertellen door de mensen die het doen. In dit artikel interviewt Isabel Kaijen architect Jan Jongert van Superuse Studios over zijn bedrijf en de bouw van productieruimten en kantoren in de westelijke kelders van BlueCity.

Over Jan Jongert

Jan Jongert begon aan de universiteit in Delft in 1990 waar hij met studenten een kritisch architectuurtijdschrift startte. Met mede-redactieleden Césare Peeren en later Jeroen Bergsma zette hij een eigen architectenbureau op: 2012Architecten was geboren. Nadat hij zijn studie aan de academie voor bouwkunst Rotterdam afrondde transformeerde dit tot  wat nu Superuse Studios heet, een bureau dat zich niet alleen richt op architectuur, maar ook advies geeft over circulair bouwen en verbouwen, als wel het zoeken en leveren van gebruikte bouwmaterialen door middel van de Oogstkaart.

Het architectenteam van Superuse Studios dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de productie-kantoren in de kelders van BlueCity

Als één van de eerste circulaire architectenbureaus in Nederland is dit het ideale team om de circulaire bouwprojecten van BlueCity mee op te pakken, zoals bijvoorbeeld onze kantoorvleugel. Jan Jongert leidt SuperUse Studios tegenwoordig met 3 maten: Jos de Krieger, Jeroen Bergsma en Floris Schiferli. Met Floris, projectarchitect Elsebeth te Kiefte en stagiair Dominik Lukkes was Jan verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de productie-kantoren in de kelders van BlueCity.

Circulair vanaf 0 – en één op één

Tijdens de studie tot architect leer je weinig over het maken van echte gebouwen – zo ontdekte Jan; je bouwt hooguit maquettes. Hij haalde de bouwmaterialen voor zijn maquettes bij Scrap, een bedrijf dat sinds begin jaren ‘90 gespecialiseerd is in het inzamelen en verkopen van industrieel restmateriaal.

“Scrap inspireerde mij ,” lacht hij. “Onze maquettes waren allemaal gemaakt van gebruikte materialen die we daar kochten. Het was mooi om het eerdere leven van het materiaal terug in te zien in de maquette van je gebouw. Daarom dacht ik: als je zo kan bouwen op schaal 1:100, waarom dan niet 1:1?”

Vreemd genoeg kwam duurzaam bouwen nauwelijks aan bod op de universiteit. Na zijn studie zette Jan daarom met Césare Peeren zijn eigen bureau op. “We gingen er van uit dat als je met bouwen echt positieve bijdrage wilt leveren, je niet alleen moet kijken naar ruimtelijke kwaliteit en materiaalkeuze, maar op alle niveaus moet kijken naar wat het gebouw in- en uitgaat,” legt Jan uit. “Zoals bijvoorbeeld het verloop van water, voedsel en energie in het gebouw, en zaken die daarop van invloed zijn zoals bijvoorbeeld begroeiing en de positie van het gebouw ten opzichte van de zon. Ook de rol van het gebouw op de omgeving, en andersom de mogelijkheden van de omgeving voor het gebouw zijn zaken die bij elkaar komen in het ontwerp.” Hij besluit: “De architect heeft wat mij betreft de rol om die stromen elkaar te laten versterken en de bescheiden maar complexe taak om de vorm hieruit te laten volgen.”

Van Oud-Hollandse molen naar een eigentijdse stad als ecosysteem

[foto: pixabay.com]

Jan Jongert heeft als circulaire architect niet alleen een mening over het duurzaam bouwen van gebouwen, maar ook het duurzaam plannen van de stad. Het heeft weinig nut om allemaal van elkaar geïsoleerde circulaire gebouwen in een lineair georganiseerde stad te plaatsen; het succes van de één is afhankelijk van de ander.

Daarom is de verbinding van elk gebouw met het ecosysteem van de omgeving zo belangrijk. “Een klassieke Nederlandse molen is voor mij het ultieme voorbeeld van circulair bouwen,” vertelt Jan. “In zo’n molen heb je namelijk lokale energieopwekking, opslag, winkelgelegenheid en woonruimte – allemaal in hetzelfde bouwwerk

Een ander bijzonder kenmerk van zo’n Oud-Hollandse molen: die is gebouwd van lokaal voorhanden materiaal en modulair. Dat betekent dat je de molen heel gemakkelijk kan demonteren en verplaatsen, zonder dat er een nieuwe molen geproduceerd  hoeft te worden.

“Op deze manier heb je niet alleen een gebouw dat meerdere functies vervult, onderdeel uitmaakt van de stad of het landschap maar ook in de tijd optimaal ingezet kan worden op de plek waar het op dat moment het hardst nodig is,” aldus Jan.

Vergelijk dat eens met een ‘moderne’ windmolen van 400 jaar later.  Deze is gemaakt met niet-recyclebare fossiele grondstoffen, wordt na een levensduur van 12 jaar opgestookt en wordt op plekken geplaatst waar de overlast zo klein mogelijk is. Over de daardoor lange afstanden wordt de energie getransporteerd, meermalen omgevormd en opgeslagen om uiteindelijk bijvoorbeeld het lezen van dit artikel mogelijk te maken. Hierbij treedt voor het doel groene stroom, aan alle kanten verlies op.

Eeuwen oud – en superslim

Eigenlijk werd er 400 jaar geleden dus veel innovatiever ontwikkeld dan in de huidige tijd waarin de meeste gebouwen en producten worden ontworpen voor één doel, terwijl je een gebouw eigenlijk voor zoveel mogelijk doelen zou moeten ontwerpen, als onderdeel van een ecosysteem.”

”Dit is volledig anders dan de manier waarop we onze productie-omgeving sinds de industrialisatie zijn gaan inrichten. De van elkaar geïsoleerde lineaire monoculturen uit de 20e eeuw zijn mede gepromoot met behulp van esthetisch hoog aangeschreven gebouwen zoals de Van Nelle fabriek. Maar met de ver doorgevoerde uitwerking van dit model gaat inmiddels zoveel milieu, energie, materiaal en waarde verloren dat duidelijk is dat er radicaal andere benadering nodig is,” legt Jan uit. ”Met de Blauwe Economie hoog in het vaandel blaast Superuse Studios de eeuwenoude slimme manier van denken met eigentijdse middelen nieuw leven in.” .

BlueCity is de uitgelezen plek waar het bedenken en maken van ecosystemen voor de stad Rotterdam een enorme impuls krijgt. Ik durf te beweren dat ons gebouw een vergelijkbare invloed op het inrichten van onze maatschappij gaat hebben als de Van Nelle fabriek dat heeft gehad in de vorige eeuw..”

Productiekantoren in de kelders

Om een bedrijfsecosysteem te realiseren wordt de voormalig ontoegankelijke, verouderde kelder verbouwd naar een makerspace waar Rotterdamse ondernemers hun handen letterlijk en figuurlijk uit de mouwen kunnen steken om de nieuwe economie te kickstarten. Om dat te bereiken maken zijn Jan Jongert en zijn team bezig om van de kelder, die tot voor kort voor niemand toegankelijk was, een open source locatie.

“Voordat we begonnen met de verbouwing van de disco heeft Floris een zogenaamd structuurplan geschreven voor het hele pand – dus niet alleen voor de kelders,” vertelt Jan.

Dat was nodig omdat we in BlueCity organisch ontwikkelen. Van plek naar plek. De integraliteit, veiligheid en soorten activiteiten zijn vastgelegd in dit document. Dit geeft gemeente Rotterdam handvatten om de verschillende bouwaanvragen te kunnen toetsen. Omdat je met circulair bouwen niet altijd weet wat je precies binnen krijgt aan materiaal, en hoe veel er dan van is. Je hebt flexibiliteit nodig in je plan en dus ook je bouwaanvraag.

Groen en de Gemeente 

Het plan voor het pand werd niet direct goedgekeurd, sterker nog: het BlueCity bouwteam moest drie keer terugkomen met de plannen – tot zij via via hoorden dat een van de problemen was  te veel groene beplanting op de tekening.

Wij hadden een groendak ontworpen met groen dat langs de gevel zou hangen,’ blikt Jan Jongert terug. “Het overhangende groen zou voor schaduw en luchtzuivering zorgen, maar omdat het deels over de gevel hing, kon Welstand de architectuur niet goed beoordelen.” En omdat Welstand alleen de ‘architectuur’ beoordeelt, werd het voorstel keer op keer afgekeurd. Toen Superuse Studios simpelweg het groen uit de plannen verwijderd had, werd het pand wel goedgekeurd. “Het is Ironisch dat de gemeente aan de ene kant probeert om de stad te vergroenen en aan de andere kant groen niet kan beoordelen als integraal onderdeel van een gebouw”.

Licht en lengte

Toen het pand nog dienst deed als subtropisch zwemparadijs werd het westelijke deel van de kelder alleen gebruikt voor installaties om het zwemwater schoon te maken, de lucht te verversen en om het golfslagbad aan te zetten. De kelder was daarom het domein van de Technische dienst, in het grootste deel van de kelder was daarom toen geen daglicht nodig, sommige ruimtes waren voor mensen niet eens toegankelijk..

Het verbouwen van die afgesloten kelder vol dikke betonnen muren tot dynamische makerspace, waar de hele dag ondernemers rondlopen, is daarom een behoorlijke uitdaging. Hoe pakt Superuse Studios dat aan?

Dat vraagt een veelomvattend plan, zo legt Jan uit. “Je kunt natuurlijk niet overal in een pand lukraak maar wat gaan zagen. Nog los van de draagmuren, die je niet wil beschadigen, probeer je ook het pand zo intact mogelijk te houden. Je wil natuurlijk niet meer zagen dan nodig”.

Maar er is meer waar je op moet letten als je een plannen gaat maken. Zo moet zo’n bedrijfsruimte verschillende ondernemers kunnen huisvesten – ondernemers die allemaal verschillende wensen hebben. De ruimte moet namelijk ook nog bruikbaar zijn voor de volgende ondernemer in het pand.

De gerealiseerde werkruimtes moeten ook voldoende kwaliteit hebben. “Ruimtes die klein en donker zijn hebben een minder hoge waarde dan ruimtes die groot en licht zijn, dat is natuurlijk logisch. In het geval van de makerspace is dat lastig, omdat het in een oude kelder gebouwd is,” verklaart Jan.

Dat verklaart de keuze voor kantoren in de diepte, in tegenstelling tot kantoren langs de gevel: “In een gedeelte van het gebouw was er ruimte voor twee grote kantoren, maar als we die in de breedte naast elkaar hadden geplaatst, had er maar één ervan daglicht gehad. Nu hebben we gekozen voor kantoren in de lengte en door nog een stuk uit het plafond te zagen hebben ze allebei voldoende daglicht. Dat scheelt aanzienlijk in de kwaliteit en daarmee de waarde van die twee kantoren.”

Zagen is plannen

Waar er gezaagd mag worden en hoeveel muur je weg mag zagen is niet makkelijk te bepalen; daarom wordt dat berekend door twee teams. Het architectenteam gaat eerst kijken waar het licht vandaan komt en besluit op basis daarvan waar ze graag een doorgang willen zien.

Hierna komt er de constructeur in beeld die gaat uitrekenen of het wel mogelijk is om op de desbetreffende plek te gaan zagen, omdat de integriteit van het pand niet alleen zo min mogelijk aangetast kan en mag worden, maar ook omdat de draagkracht verandert als je een stuk weg zaagt.

Het is nooit een gok, het is een plan. Maar we moeten natuurlijk wel precies weten waar we mogen zagen zonder dat het hele pand in elkaar stort,” vertelt Jan. “Dat is soms wel spannend. En er zijn natuurlijk ook momenten dat de schuifpuzzel ergens niet past – dan moet je opnieuw beginnen..”

In een pand dat niet gemaakt is als kantoorruimte, is het soms lastig om alles goed te regelen. Want vluchtroutes creëren in een gedeelte dat vroeger niet eens toegankelijk was: dat is een flinke uitdaging.

Je moet op meerdere factoren letten,” legt Jan uit. “Denk aan: gebruikers met eigen wensen, daglicht en de akoestiek. Zeker in een pand als dat van BlueCity is het een echte puzzel om alles goed én goedgekeurd te krijgen bij brandweer, bouwtoezicht  èn Welstand.”

Het uitgangspunt van werken met gebruikte materialen maakt het werk van de architect ook niet perse makkelijker. Maar, stelt Jan: “Met de transformatie van de kelders onder BlueCity creëren we een plek waar wij in het proces zelf kennis opdoen, en dat is net zo belangrijk als de ruimte. In mijn ogen is kennis de zuurstof van de circulaire economie. Deze kennis kan binnen en buiten het pand worden gebruikt om nieuwe projecten nu duurzamer te maken.

Innovatieve warmteloop

Mettertijd moet er een warmteloop gaan komen in de kelders onder BlueCity;  een circulatieleiding op lage temperatuur waardoor huurder warmte aan onttrokken en aan geleverd kan worden. Dit is niet alleen beter voor je portemonnee, maar ook voor het milieu.

Niet alleen de warmteloop is een innovatief project in de kelders van BlueCity, ook de manier waarop met het beton wordt omgegaan is nieuw. Er is een hoop beton weggezaagd uit de kelder, om de ruimte geschikt te maken voor productiekantoren. Tegelijkertijd was er elders in het pand weer beton nodig. En: de productie van beton is heel slecht voor het milieu.

Daarom is besloten om het beton uit de krochten van BlueCity te oogsten voor hergebruik. Het is in bepaalde, vooraf vastgelegde maten gezaagd, waardoor ze gebruikt kunnen worden als bouwsteen voor nieuwe muren, of bijvoorbeeld trappen.

“We hebben nog niet kunnen berekenen hoe circulair het beton-project is. Maar: dat we dit hier kunnen doen, levert in ieder geval de kennis op,” voegt Jan toe. Ook het BlueCity Lab is betrokken bij dit beton-onderzoek.

De rol van Superuse Studios

Met Superuse Studios is Jan Jongert niet alleen architect in het bouwteam. Het bureau is ook investeerder en huurder van een ruimte in de gerealiseerde productiekantoren. Waarom?

“Als bureau hebben wij geïnvesteerd in een uniek project waar je met zijn allen aan de blauwe economie kan werken,” legt Jan uit... Bovendien nodigt het gebouw en de diversiteit aan ondernemingen uit tot samenwerken waarmee  je met gedreven mensen weer nieuwe innovaties ontwikkelt. “Het is bovendien uniek dat de eigenaar van het pand, Wouter Veer, ook mee investeert in de bedrijven die zich er vestigen. Dat is pas circulaire economie. Een fascinerend proces. Ik word hier als Blauwe ondernemer in ieder geval heel erg blij van.

De transformatie van de kelders is niet het eerste, en zeker ook niet het laatste complexe project dat het team van Superuse Studios aanpakt. “Als studio houden we ervan om in complexe omgevingen te opereren met veel randvoorwaarden en beperkingen. Door genoeg zaken te verbinden die onderling tegenstrijdig lijken, ontstaat er vaak structuur die van complexiteit echte schoonheid maakt. Een ander soort schoonheid dan die van de Van Nellefabriek, maar meer vergelijkbaar met de natuur. En de natuur is, net als BlueCity, nooit af. ”

Meer weten over de circulaire bouw in BlueCity?

Achter de glazen wanden van BlueCity ontluikt een circulaire stad waar wordt geleerd, geleefd en gedeeld. Het is een duurzame droom die wordt gerealiseerd door mensen die de economie radicaal veranderen – van lineair naar circulair. En dat geldt niet alleen voor de ondernemers die zich in het pand vestigen; ook het gebouw zélf wordt circulair verbouwd.
lees het dossier ‘Circulaire bouw in BlueCity’

Duurzaam ondernemer? Vestig je in BlueCity

Bluecity visualisatie

BlueCity helpt de circulaire economie op gang door ondernemerschap te stimuleren. We bouwen een ecosysteem, waarin stromen zoveel mogelijk lokaal gebruikt en gecirculeerd worden en helpen ondernemers om snel een businesscase te identificeren, deze te testen en indien mogelijk op te schalen.

> check de werkruimte in BlueCity

We zoeken een mix van circulaire ondernemers die iets doen in de biologische cyclus en in de technische cyclus. Van studenten of start-ups die proof of principle zoeken, tot scale-ups met proof of concept. Van low tech tot high tech, van praktisch tot wetenschappelijk – wij zoeken juist die combinatie.

 

Tekst: Isabel Kaijen, fotografie, tenzij anders vermeld: Sophie de Vos