BlueBusinessClub, Food for Thought, New Materials, Ondernemen

BlueBusinessClub: Tomatentextiel, man-made fibers als lokaal textiel

Cellulosic-Man-Made-Fibers

Op 20 maart spraken 18 mensen in BlueCity Lab over hoe plantaardige reststromen kunnen worden ingezet voor de creatie van een lokale textiel. Specifiek keken we naar de inzet van reststromen uit de tuinbouw: tomatenstengels, maar ook paprika en aubergine afval. In dit blog tekent Nienke Binnendijk de resultaten van het gesprek op om iedereen die bezig is met deze “man-made fibers” een stap verder te helpen.

Eén oplossing voor twee problemen

De textielindustrie is na de olie industrie de meest vervuilende ter wereld. En plantaardige reststromen (groenafval) wordt op dit moment gecomposteerd. Volgens het model van Ellen MacArthur is het circulairder om grondstoffen zo lang mogelijk in de economie te houden. Het gaat dan met name over de koolstofmoleculen die bij composteren vrijkomen in CO2. Als we die koolstof langer in de economie houden door er kleding van te maken, is de energie en tijd die is gestopt in de groei van de planten langer in gebruik. Zo kan de kleding gemaakt van Hollandse reststromen twee systeemfouten aanpakken: de sociale en ecologische negatieve impact van het katoenteelt & kinderarbeid die in het maken van onze kleding aan de andere kant van de wereld nog steeds gemeengoed is, én de laagwaardige verwerking van plantresten op in. Grotere hoeveelheden uniforme plantaardige reststromen vinden we in de glastuinbouwgebieden rondom Rotterdam, zoals de stengels van tomatenplanten. De businesscase voor een dergelijke aanpak lijkt ook langzaam af te komen. De markt voor man-made vezels groeit hard. Dit rapport voorspelt dat een snelle groei voor deze markt richting 2025. De spelers die hierin genoemd staan werken op grote schaal aan het opwaarderen van vezels tot textiel. Op welke schaal kunnen reststromen verwerkt worden tot kleding?

Overzicht uit Klokgebouw, DDW 2019

Hoe lokale (rest)vezels textiel kunnen worden

Bovenstaande afbeelding stond gepresenteerd op Dutch DesignWeek 2019 en hebben we toegevoegd omdat het een scherp overzicht geeft van welke vezels er allemaal bestaan en hoe deze kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van diverse soorten textielen. De tomatenvezel is te kort om als natuurlijke vezel gebruikt te worden, waardoor de route om dit soort organische reststromen te gebruiken de “man-made fibres” route is. Dat werkt als volgt: Allereerst moet de cellulose worden losgemaakt van de plant. Met behulp van een aantal chemische en mechanische stappen wordt die cellulose vervolgens opgelost en gepolymeriseerd tot een filament dat kan worden verwerkt tot een garen.

De creatie van natuurlijke synthetische vezels, zoals viscose en lyocell, is jarenlang een best smerig productieproces geweest. Dankzij de opkomst van nieuwe methodes om de cellulose om te zetten tot een bruikbaar filament dat als garen kan worden gesponnen, is het maken van natuurlijke synthetische vezels op de radar gekomen als circulaire oplossing op diverse plekken ter wereld: van Finland (de Aalto Universiteit loopt voorop in onderzoek naar verwaarding van houtvezels als textiel) tot aan verwerking van katoenafval tot Cupro, een soort zijdeachtige stof. En ook in BlueCity Lab zien we kansen om op deze manier lokaal textiel te maken van lokale vezelrijke afvalstromen.

Local-for-local: de kansen voor Hollandse textielproductie

De belangrijke kanttekening bij een lokale textielproductie is dat de infrastructuur die nodig is om lokaal textiel te maken niet meer in Nederland te vinden is. De spinnerijen, wevers, gewassenteelt die lokale productie mogelijk maakt is in de afgelopen 40 jaar volledig weggeconcurreerd door de extreem goedkope, uitbuitende productie in met name Zuid-Oost Azië en Midden- Amerika. De eerste voorzichtige initiatieven op dit vlak pionieren tegen de macro-economische werkelijkheid van extreem goedkope katoentjes in. In ons gesprek kwamen diverse voorbeelden voorbij. In de afgelopen 20 jaar probeerde een van de voormalig eigenaren van Marktplaats het om van brandnetel textiel te maken. Hun bedrijf heette Brennels en later Netl. Dit voorjaar publiceerde De Correspondent dit interview waarin de oprichter vertelt over hoe hij de textielindustrie wilde vergroenen met brandnetelkleding. In Groningen groeit vezelhennep dat in onder andere isolatiemateriaal wordt verwerkt. Ben Ratelband is een ondernemer die al jaren bezig is met de verwaarding van hennep in kleding met zijn bedrijf Stextile. Dit artikel geeft een scherpe analyse over waarom hennep in kleding vooralsnog uit China komt.

Onderweg naar een prototype van tomatentextiel

Aanwezig bij het gesprek waar we bovenstaande onderwerpen doornamen waren onder andere de Rotterdamse ontwerper Joline Jolink en marketing specialist Madhavi Gharbharan, die benieuwd waren naar hoe ver de ontwikkeling van dit materiaal al was. Ook de biobased manager van de GreenPort West-Holland Willem Kemmers schoof aan om zijn ervaring te delen over de reststromen. Het projectteam van BlueCity Lab dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van een prototype van een textiel van de tomatenvezels vertelde dat het nog wel even duurt voor de eerste meters stof zijn geproduceerd. De zoektocht gaat nu vooral over twee stappen: een circulaire methode vinden om cellulose uit de plant te halen -> dat onderzoek doen we in samenwerking met de Hogeschool Rotterdam. Daarnaast is de verwerking van de cellulose tot filament op twee manieren circulair uit te voeren: via de ionic liquid – aanpak, en via een aanpak die Spinnova geheim houdt. Het prototype zal dus waarschijnlijk in Finland worden ontwikkeld omdat de apparatuur in Nederland pas volgend jaar beschikbaar komt:  instituut Saxion heeft plannen om dit aan te schaffen om meer onderzoek te kunnen doen.

Over de Blue Business Club

Blauwe economie gaat over positieve impact voor mensen, natuur en voor je portemonnee. Op www.theblueeconomy.org staan 112 businesscases beschreven die over de hele wereld werken. Alleen: elke locatie is weer anders. De context, zoals de aanwezige grondstoffen en ondernemerszin bepalen hoe en op welke plek welke businesscase een slimme oplossing is.

We organiseren de Businessclub voor bioniers die willen leren hoe een bepaalde businesscase werkt op de drie genoemde aspecten. Elke maand komen we bij elkaar, bespreken we een blauwe casus en delen we de resultaten online. Op deze avonden vertalen we de theorie van de blauwe economie naar de praktijk van de stad, met de mensen die het gaan doen.

Er zijn 20 plekken beschikbaar. We nodigen uit ons eigen netwerk experts en geïnteresseerden uit, en iedereen is verder welkom om mee te doen en te leren hoe we de grijze economie kunnen vervangen door een briljant-blauwe. Deze businessclub kan kennis delen dankzij samenwerking met de Gemeente RotterdamRabobank Rotterdam Fonds en Stichting Bevordering van Volkskracht.