BlueBusinessClub, Food for Thought, Ondernemen

BlueBusinessClub case #36: Nanocellulose als verwaardingsmethode & papier van oud textiel

332716_1_En_2_Fig1_HTML

Afgelopen donderdagavond 28 februari kwamen tien mensen bij elkaar in BlueCity Lab om te praten over innovatie in de papierindustrie. Arie Hooimeijer, directeur van Kenniscentrum voor Papier en Karton, en Marieke de Hoop, ambachtelijk papiermaker en oprichter van Papierlab Rotterdam ondersteunden het gesprek met hun jarenlange achtergrondkennis. Nienke Binnendijk van BlueCity Lab schreef in dit blog haar belangrijkste inzichten op uit de bestudering van de businesscase en de informatie die naar voren kwam uit het gesprek.

 

Hoe papier gemaakt wordt

Om ons mee te nemen in waar de kansen liggen voor innovatie, startte ons gesprek met een spoedcursus papier maken door Arie en Marieke. De grondstof voor papier is cellulose: vezels dus. Die vezel is in de basisgrondstof meestal omringd met andere stoffen, zoals in hout met lignine en hemicellulose, en in bermgras met proteïne. Die bijstoffen moet de papiermaker eerst scheiden van de cellulose voordat de cellulose gebruikt kan worden. Bij ambachtelijk papiermaken blijven meer van deze stoffen achter in het papier, wat unieke kleuren en structuren kan opleveren. De kwaliteit van het papier fluctueert daardoor ook vaker. De industriële papierindustrie wil alle bijproducten uit de cellulose hebben, en slaagt daar met behulp van flinke chemie of  goed in. Dit pulpproces kan zowel mechanisch als ook chemisch.

 

De ecologische en economische prijs van industrieel papier

Wereldwijd gebruiken we heel veel papier: om op te schrijven, op het toilet, als verpakkingsmateriaal en als medium voor reclame, nieuws en verhalen. Dat gebruik zorgt voor een grote hoeveelheid water en uitstoot van CO2 vanwege de energie die nodig is voor het pulp-proces, en de transport van de grondstoffen en het eindproduct. Arie schetst in ons gesprek hoe enorm de schaal is waarop papier momenteel geproduceerd wordt. Annita Westenbroek van de Nederlandse Vereniging van Papier en Karton benadrukte in een reactie per mail hoe belangrijk het is om allereerst goed in kaart te krijgen waar in de papierindustrie de meeste vervuiling plaatsvindt, en dat we daar een oplossing voor vinden. De eerste pulpfabriek staat 1000 kilometer verderop, in Nederland kunnen we momenteel niet eens pulp maken.  

 

Kleinschaliger papiermaken: wanneer is dat circulair?

Gunter Pauli beschrijft vanwege deze grootschalige impact in vier pagina’s op over hoe hij denkt dat het anders kan. Hij schrijft dat de verwaarding van de bijstoffen, zoals lignine en hemi-celulose een interessante manier kan zijn om uit één productieproces meerdere stoffen te halen. Annita Westenbroek geeft aan dat de stoomexplosie – methode die Gunter Pauli noemt de cellulose teveel kapot maakt voor de productie van papier. Hoe kunnen lokale reststromen op kleinere schaal verwerkt worden, zodat de verwaarding van cellulose uit reststromen die niet in bulk-volumes voorkomen, zoals landbouwafval op een rendabele manier plaats kan vinden? Gaan we in Nederland weer een kleinschalige pulp machine installeren? En wat is de businesscase daarvan? Peter van Rosmalen, directeur van PaperWise, maakt papier van landbouwafval uit Zuid-Amerika en India. Met zijn onderneming zorgt hij voor aanvullend inkomen voor de boeren daar, en hij vervangt hout als virgin bron voor papier. Hij werkt samen met lokale papierfabrieken en zoekt ook naar een circulaire methode om papier te pulpen. Zou dat ter plekke kunnen, op de plaats waar het afval wordt geproduceerd?

 

Innovatie in papier: nano-cellulose en reststromen verwaarden

Vroeger waren gebruikte vezels – zoals oude vodden – vaak de basis voor papierproductie. Nederland kende een groot netwerk van lokale papiermolens. Hier werd vezelrijk afval gebruikt om papier te maken. Wereldwijd gebruiken we nieuw hout (meestal de takken en kleiner) het meest als grondstof, op de voet gevolgd door gebruikt papier. Vezelrijke reststromen, zoals landbouwafval, bermgras, tweedehands textiel en mest, zijn een grondstof voor papier. Maar, zoals Arie benadrukt: laten we de vezels waar we het meeste last van hebben, waar we écht niks anders mee kunnen maken óf die zich makkelijk lenen voor het maken van papier gebruiken als grondstof voor lokale papierproductie. De businesscase voor deze papieren die duurder zijn in productie rekent vooralsnog alleen rond voor papieren producten waar consumenten bereidt zijn meer voor te betalen. Te denken valt aan emotionele producten, zoals trouwkaartjes, ansichtkaarten en visitekaartjes.

 

Vodden als grondstof

Rotterdam is een van de grootste importeurs én exporteurs van gebruikt textiel: jaarlijks gaan duizenden tonnen als commodity door onze haven. Zouden we die tonnen kunnen gebruiken voor het maken van papier als ondernemers zoals Hilde van Duijn van Eigendraads het kunststof eruit weet te vissen? 

 

Over de Blue Business Club

Blauwe economie gaat over positieve impact voor mensen, natuur en voor je portemonnee. Op www.theblueeconomy.org staan 112 businesscases beschreven die over de hele wereld werken. Alleen: elke locatie is weer anders. De context, zoals de aanwezige grondstoffen en ondernemerszin bepalen op welke plek welke businesscase rondrekent.

Deze Businessclub is voor bioniers (in spé) die willen leren hoe een bepaalde businesscase werkt op de drie genoemde aspecten. Elke maand bespreken we een blauwe casus en delen we de resultaten van het gesprek online. Op deze avonden vertalen we de theorie van de blauwe economie naar de praktijk van de stad, met de mensen die het gaan doen.

Er zijn 20 plekken beschikbaar. We nodigen uit ons eigen netwerk experts en geïnteresseerden uit, en iedereen is verder welkom om mee te doen en te leren hoe we de grijze economie kunnen vervangen door een briljant-blauwe. Deze businessclub kan kennis delen dankzij samenwerking met de Gemeente RotterdamRabobank Rotterdam Fonds en Stichting Bevordering van Volkskracht.