Food for Thought, Ondernemen, Rond BlueCity

VOC-schip wordt sidetable – een interview met Okke van Beuge van OKKEHOUT

Bluecity-Circulaire-Economy2019-oktober-87

Meubelmaker en BlueCitizen van het eerste uur Okke van Beuge deinst niet terug voor het maken van meubels van bijzondere stukken hout. In zijn werkplaats in de kelders van BlueCity maakt hij met zijn team jaloersmakend mooie meubels van hout dat een tweede kans krijgt. Achter al die stapels hout schuilen vele verhalen. Eerder werkte hij al met oude meerpalen uit de Maas en wagonplanken uit Frankrijk. Als het maar goed hout is, dan weten ze bij OKKEHOUT er wel raad mee. Okke’s meest recente aanwinst is een partij natte planken en balken die op het eerste gezicht niks meer waard lijken, maar waarvan het tegendeel waar blijkt te zijn. De planken zijn afkomstig van een gezonken zeventiende eeuwse VOC-schip. Wij zochten Okke op om er alles over te weten te komen.

Baggervondst

Wie langs de kade voor BlueCity loopt, vraagt zich hoogstwaarschijnlijk af wat die natte boel hout op de parkeerplaats bij het oude Tropicana doet. Is het een jutters vondst? Natgeregend brandhout? Delen van een oude schuur? Geregeld stoppen mensen om het Okke te vragen: “We hebben best wat aanloop hier op de parkeerplaats,  mensen zijn nieuwsgierig.”

Wie doorvraagt komt er al snel achter dat er een bijzonder verhaal achter schuilt. Okke: “Tijdens het uitbaggeren van einde Maasvlakte 1 is het Havenbedrijf een aantal grote stukken hout tegengekomen, die het baggerschip niet naar boven kreeg. Op basis van hoe diep het hout lag, moesten ze een archeoloog waarschuwen. Die heeft onderzoek gedaan en alle stukken naar boven gehaald.”

Volgens de archeoloog was het hout, anders dan het uiterlijk deed vermoeden, nog goed genoeg om mee te werken. Okke: “Toen is het havenbedrijf gaan googlen en kwamen ze bij mij uit.”  Dat kwam mooi uit voor Okke: “Ik wil al een tijdje contact krijgen met het havenbedrijf en dat is tot nu toe niet echt gelukt. Toen kreeg ik ineens een mailtje, Van ‘Joh, we hebben wat eiken wrakhout liggen, misschien moet je eens komen kijken.’” Net zo nietsvermoedend als wij besloot Okke erop af te gaan. “Ik dacht: het zou wel een halve aangespoelde meerpaal zijn. Maar omdat ik toch al contact wilde met het havenbedrijf, ben ik toch gewoon gaan kijken.” Bij aankomst blijkt het al snel om meer te gaan dan een simpele aangespoelde meerpaal: “Pas toen ik ging kijken, vertelden zij dat het hout volgens de archeoloog afkomstig is van een gezonken VOC-schip. Waarschijnlijk is het in 1678 gezonken in de oude loop van de Brielse Maas. En toen vroegen ze of ik het wilde hebben.” Dat was voor Okke een no-brainer: “Natuurlijk!” 

Herkomst onbekend

Waar het schip precies vandaan komt, is nog niet zeker. “Aan de hand van onderzoek naar het hout en de bouwmethode, zou de archeoloog moeten kunnen bepalen waar het schip gebouwd is en wellicht ook de naam ervan kunnen ontdekken.” Misschien is  het schip zelfs wel heel dicht bij huis gebouwd: “Het zou de Admiraliteitswerf kunnen zijn geweest, want BlueCity staat op de plek waar vroeger de admiraliteit van Rotterdam stond.” Klinkt mooi, maar volgens Okke, die tevens geschiedenis gestudeerd heeft, behoren ook Amsterdam en zelfs Friesland tot de mogelijkheden.

Stevig ontwerp

Dat het hout nog zo goed is dat er meubels van gemaakt kunnen worden, ligt volgens Okke aan de manier waarop het schip gebouwd en gezonken is. “VOC-schepen werden beter gebouwd dan andere schepen uit die tijd. Best logisch, als je bedenkt dat dat schip oceanen oversteekt en allerlei stormen moet kunnen doorstaan.” Daarom werd er heel goed eiken gebruikt om die schepen te bouwen. “Waarschijnlijk is het schip na het zinken vrij vlot in de modder terecht gekomen,” vervolgt Okke. “Als hout in modder wordt ingesloten, heb je een bepaalde zuurgraad die er voor zorgt dat het hout bewaard blijft. Ook het gebrek aan zuurstof houdt het rottingsproces tegen.”

Geduld en uitdaging

Omdat de balken kletsnat zijn, kan er nog niet mee gewerkt worden. Okke: “Het duurt nog wel een jaartje voordat we de eerste tafel de deur kunnen leveren. Over een paar maanden kunnen we wel al de eerste lampen gaan maken, daar heb je een stuk minder droging voor nodig.” Okke laat zijn hout ook niet zomaar aan de lucht drogen: “Achterin de werkplaats laten we de lucht van de kantoren naar binnen blazen. Door die constante flow kunnen we het hout veel sneller laten drogen.” In een normaal kantoor zuigt een luchtbehandelingssyteem verse lucht aan van buiten en blaast het de oude lucht weer naar buiten nadat de warmte teruggewonnen is. Bij Okke wordt die lucht juist zijn droogruimte ingeblazen, waardoor de deze waardeloze stroom lucht toch nog nuttig is.

De grote vraag is nu hoe de planken gaan opdrogen. Okke: “Dat zijn van die dingen die gaan we aan den lijven ondervinden.” Drie eeuwen op de zeebodem van de zee heeft het hout weinig goed gedaan. Okke: “Het hout is goed gebleven, maar het is niet een nieuwe eiken plank – dit is oud eiken, dat bovendien al bewerkt is. Er zitten allemaal heel kleine scheurtjes in alle lagen van het hout; daardoor zit er een grote flexibiliteit in. Dat heeft voor- en nadelen. Maar dat is altijd zo bij hout -dat moet je gewoon door je handen laten gaan.”

Maatwerk

Ideeën heeft Okke al in overvloed, maar hij ontwerp het liefst dingen samen met zijn klanten: “Sowieso is alles wat we hier doen maatwerk. Mensen moeten er wel rekening mee houden dat het oud hout is, dat op een heel specialistische manier naar een functie verwerkt moet worden, met respect voor wat het oorspronkelijk is geweest.” Okke staat voor kwaliteit die een leven lang meegaat: “Mijn meubels moeten geleefd worden. Als je pure kunst maakt, dan kun je het beter gewoon aan de muur hangen en er niks mee doen. Dit is echter geen pure kunst; dit worden onderdelen van mensen hun leven. Ze moeten hun kerstdiner eraan kunnen houden. Het moet makkelijk levenslang mee kunnen gaan.”

Het hergebruiken van hout dat voorhanden is, zoals oude meerpalen en wrakstukken, maakt OKKEHOUT tot een schoolvoorbeeld van de Blauwe Economie. Wie een VOC-meubel van OKKEHOUT in huis wil halen, moet er wel snel bij zijn. “Waarschijnlijk zijn alle tafels verkocht nog voordat ze gebouwd zijn,” aldus Okke.

Wil je meer lezen en vooral: de meubels zien?

>>Bekijk de website van Okke

 

>>Lees het interview met Okke over zijn missie

Ondernemer in de new economy?

In BlueCity helpen we de circulaire economie op gang door ondernemerschap te stimuleren. Voor echte impact is schaalgrootte nodig, maar veel initiatieven in de circulaire economie zijn nu nog klein en schattig. BlueCity helpt ondernemers om snel een businesscase te identificeren, deze te testen en indien mogelijk op te schalen. We bouwen een ecosysteem, waarin stromen zoveel mogelijk lokaal gebruikt en gecirculeerd worden.

Vestig je in BlueCity!

We zoeken een mix tussen circulaire ondernemers die iets doen in de biologische cyclus en in de technische cyclus. Van studenten of start-ups die proof of principle zoeken, tot scale-ups met proof of concept. Van low tech tot high tech, van praktisch tot wetenschappelijk – wij zoeken juist die combinatie.

>>Check de mogelijkheden

Interview: Laura Smit
Foto’s: Sophie de Vos