Ondernemen, Rond BlueCity

In de rij voor de lasersnijder: er kunnen nog een boel labs bij – interview met Peter Troxler

Peter Troxler Conferentie “De toekomst is Open”

‘Concurrentie? Daar is absoluut geen sprake van. Met 600.000 inwoners is Rotterdam groot genoeg voor nog een lab.’ Als één van de initiatiefnemers van het Stadslab Rotterdam juicht Peter Troxler de komst van BlueCity Lab in Rotterdam toe. Sterker nog, door het delen van zijn kennis van en ervaringen met het oprichten van FabLabs in heel Europa heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de oprichting van BlueCity Lab.

Het dry lab in Blue City is sterk geïnspireerd op het FabLab-concept, aan het begin van deze eeuw ontwikkeld aan het Massachusets Institute of Technology in Boston. FabLab staat voor Fabrication Laboratory. Het idee is een voor iedereen toegankelijke werkplaats met computergestuurde machines, waar prototypes kunnen worden gemaakt en waar ideeën kunnen worden omgezet in een tastbaar product.

FabLabs en de revolutie van de maakindustrie

Net als in het Stadslab Rotterdam kan in BlueCity gewerkt worden met een 3d-printer en een lasersnijder. Machines die volgens Troxler de maakindustrie fundamenteel veranderen. Naast oprichter en projectleider van FabLabs is hij als lector verbonden aan de Hogeschool Rotterdam. Zijn centrale thema is ‘de revolutie van de maakindustrie’.

De beschikbaarheid van machines als de 3d-printer is één van de pijlers van die revolutie. ‘In het oorspronkelijke industriële proces zijn alle stappen gescheiden’, legt Troxler uit. ‘De ontwerper ontwerpt iets, de engineer tekent het uit, die tekening gaat naar een productielocatie en daar wordt dan het prototype gemaakt. Met een 3d-printer kan de ontwerper die stappen overslaan en zelf een prototype uitprinten, waardoor hij meteen kan zien of het ontwerp in de praktijk werkt.’

Digitaal is het nieuwe ambachtelijk

De aanwezigheid van de machines in het lab geeft het een ambachtelijke sfeer: aan alles merk je dat er gemaakt wordt. Dankzij de lasersnijder hangt er de kruidnagelachtige geur die doet denken aan een houtzagerij. De digitalisering van het industriële proces brengt het maakproces dichter bij het individu. Hoewel de computer het werk doet, doet het hierdoor denken aan oude ambachten. De maker is continu dicht bij het eindresultaat van zijn ontwerp.

Een vergelijkbare revolutie ziet Troxler in het filmmaken. Vroeger kon dat alleen met professionele apparatuur, tegenwoordig maakt en deelt iedereen filmpjes met zijn smartphone. ‘Zo ver is het met de maakindustrie nog niet. We zijn nog meer in de fase van video twintig jaar geleden, toen het 24 uur duurde om een filmpje van drie minuten te exporteren. Het printen van een object in een 3D-printer duurt nu nog een aantal uren, afhankelijk van de grootte van het object.’

Professionele toepassingen

De ontwikkeling gaat snel. Er zijn nu al goede, professionele toepassingen waar tien jaar geleden nog niemand aan dacht. ‘In het Stadslab kwam een paar jaar geleden een PhD-student van het Erasmus MC langs met een MRI-scan van een ingewikkelde botbreuk,’ vertelt Troxler. ‘Hij vroeg ons of wij die scan konden printen. Een MRI-scan is een 3D-afbeelding, dus dat kon, en zo had hij een 3D-model van de breuk. Chirurgen kunnen hierdoor precies zien uit welke delen een breuk bestaat en veiliger opereren. Die PhD-student hebben we nooit meer teruggezien, hij ging meteen zelf een 3D-printer kopen.’ Inmiddels is het volgens hem bijna standaard dat chirurgen ingewikkelde operaties voorbereiden met 3D-geprinte modellen.

Geen glazen bol, wel focusBlueCity Lab

Het is nu nog lastig te voorspellen welke toepassingen BlueCity Lab in de toekomst gaat krijgen. Wel is het volgens Troxler belangrijk een bepaalde focus te hebben en vast te houden aan het concept. Voor het Stadslab, dat is verbonden aan het instituut Communicatie, Media en Informatietechnologie, gaat het om de interactie tussen mens en computer die verschuift naar objecten.

Het primaire doel is studenten in de gelegenheid te stellen interactieve objecten te bouwen onder het motto ‘meten, weten en doen’. Behalve het maken, dat gebeurt in het FabLab (doen), wordt er ook veel gewerkt met sensoren die bijvoorbeeld licht, trillingen en temperatuur kunnen waarnemen (meten). Wanneer al die metingen worden opgeslagen leidt dat tot enorm veel data waar, met de juiste analyse, kennis uit gehaald kan worden (weten).

‘Waar het Stadslab gaat om interactieve objecten, is Blue City meer een biolab’, zegt Troxler. ‘Het gaat om het gebruiken en kweken van organismes, maar ook dat is nog heel breed. Dat gaat van bierbrouwen tot living light, tot kleding van weefsel en leer van fruit.’

De uitdaging voor BlueCity Lab is volgens Troxler om een koers te kiezen die aansluit bij andere biolabs, zoals de Waag in Amsterdam, maar die ook past bij de community in BlueCity. Zo ontstaat een eigen focus, een concept dat duidelijk is voor gebruikers waardoor het lab een ontmoetingsplek wordt voor gelijkgestemden.

De formule voor een succesvol lab: de communityHet BlueCity Lab beschikt over de unieke combinatie van wet lab en dry lab. Dankzij de ligging in de circulaire voorbeeldstad, met zijn blauwe ondernemers, wordt hier radicaal vernieuwd door ondernemers, ontwerpers en onderzoekers.

Het Stadslab Rotterdam bestaat nu ongeveer zes jaar en wordt grotendeels zelf gerund door studenten. Het lab is ook toegankelijk voor anderen, maar daar wordt geen promotie voor gemaakt. ‘We zitten meestal vol. Als je hier aan het eind van het semester komt, kamperen studenten bijna voor de deur. We gaan om negen uur open, mensen kunnen zich dagelijks inschrijven voor een tijdvak om de machines te gebruiken.’ vertelt Troxler. ‘Om kwart over negen is het lijstje vol tot ’s avonds tien uur. Zodra mensen weten dat het kan, willen ze het, is mijn ervaring. Ik verwacht dat dat ook voor Blue City Lab geldt.’

Naast het Stadslab was Troxler ook betrokken bij de oprichting van verschillende Fablabs, onder andere in Zwitserland. Hij heeft dan ook veel kennis van verdienmodellen en de organisatie van een lab. Deze kennis deelt hij graag met Blue City. ‘Natuurlijk is het duur om apparaten aan te schaffen, maar dat zijn eenmalige kosten. De grootste kostenpost zijn de terugkerende kosten voor onder andere personeel, huur, en energie. Wanneer je daar een slimme oplossing voor vindt, kan zo’n lab snel zelfvoorzienend zijn.’ Troxler geeft een voorbeeld: ‘In Zürich hebben we het zo geregeld dat iedereen die het lab een halve dag beheert, het in ruil daarvoor een halve dag gratis mag gebruiken. Hierdoor hebben we geen personeelskosten en ontstaat er heel snel een community van mensen die zich verbonden voelen met het lab.’

Die community is volgens Troxler cruciaal voor het slagen van het lab. ‘Het is heel belangrijk dat mensen het zich eigen maken, dat gebruikers voelen dat het ‘van hen’ is.’ Hierin schuilt ook een deel van het succes van het Stadslab: doordat studenten het lab grotendeels zelf runnen voelt het van henzelf. ‘Als ze hier een tijdje bezig zijn hoor je ze soms zeggen: “Ik moet terug naar school.” Terwijl ze daar eigenlijk al zijn.’

De filosofie achter labs: het doen helpt het denkenBlueCity Lab

Als onderzoeker bestudeert Troxler de invloed van FabLabs en andere openbare werkplaatsen op de maatschappij. Met zo’n 80 FabLabs in de Benelux is Nederland één van de voorlopers op dat gebied, waarbij de invloed op het bedrijfsleven en het onderwijs steeds groter en zichtbaarder wordt. ‘Het voortgezet onderwijs zit vast in een vakkenstructuur die helemaal niet meer past bij de interesse en aandachtsspanne van kinderen, en ook niet bij de manier waarop er in nieuwe bedrijven gewerkt wordt. Leren op projectbasis, met zo realistisch mogelijke cases, wordt steeds gangbaarder en belangrijker.’

Hoewel het onderwijs hiermee nog in de beginfase zit, is Nederland volgens Troxler in Europees opzicht goed bezig. ‘Het is ook typisch iets Nederlands’, denkt hij. ‘Als Nederlanders iets zien wat ze leuk vinden dan gaan ze het gewoon doen. Terwijl men elders in Europa wel drie keer over iets kan nadenken en dan besluit dat ze er nog even over moeten nadenken. Ik vind ook dat wij moeten nadenken, maar dat moet het doen niet in de weg staan. Sterker nog: het doen helpt het nadenken. En dat is dan eigenlijk ook de filosofie die we met dit soort labs willen leveren.’

Stap in de BlueCity Lab Community

Wil je meer weten over het BlueCity Lab? Wil je je verdiepen in plastic, of in het productieproces? Of wil jij een plastic lab opzetten in jouw wijk? Kom langs in BlueCity of neem contact op!  BlueCity Lab is een open source community. Door samen te werken en te delen komen we op nieuwe ideeën en creëren we waarde.

>> lees meer over BlueCity Lab of check direct de faciliteiten

We zien je graag gauw!

 

Tekst en interview: Sanne Hoving
Fotografie: Sophie de Vos, Anne Schot ea.