Food for Thought, Ondernemen, Rond BlueCity

Van rotte kies tot icoon van nieuw ondernemerschap voor bedrijven én burgers – interview Sabine Biesheuvel en Wouter Veer

BC5JAAR-DubbelInterview-Wouter:Sabine

Op 7 oktober 2020 vierde BlueCity haar vijfjarig bestaan. Noodgedwongen met een online kick off van een reeks interviews met samenwerkingspartners en ondernemers. Want positieve impact maken, dat doen we alleen samen. Als laatste interview spreken we mede-oprichters Sabine Biesheuvel, algemeen directeur, en Wouter Veer, investeerder, adviseur en financieel directeur.

Hoe BlueCity zich ontwikkelde van leeg zwembad tot circulaire voorbeeldstad – en de komende 5 jaar uitgroeit tot motor voor werkgelegenheid

Samen kijken zij terug op vijf jaar pionieren, waarin ze, met een groeiende groep mensen, een leeg zwembad transformeerde tot spil van de circulaire economie in de stad én de regio. Hoe zijn ze begonnen, wat waren de grootste uitdagingen? En vooral: wat staat er voor de toekomst op stapel? Welke rol speelt het voormalige zwembad in arbeidersstad Rotterdam – en hoe kan dat inclusiever?

First things first: hoe en wanneer is BlueCity begonnen?

“In maart 2015 ongeveer,” steekt Biesheuvel van wal: “Mark Slegers en Siemen Cox waren al een tijdje rotterzwam aan het opzetten, Aloha was gestart met een pop-up bar en Okke van Beuge had een circulaire meubelmakerij onder de disco.”

Veer vult aan: “Een paar dingen vielen in die tijd samen: Mark en Siemen waren geïnspireerd door het boek The Blue Economy van Gunter Pauli en het zat eraan te komen dat de eigenaar van Tropicana, Roger Lips, failliet zou gaan. Mark en Siemen dachten toen: ‘misschien hebben wij nog wel een kans om meer van dit soort bedrijven in dit pand te vestigen.’ Ze plaatsten een oproep aan geïnteresseerde ondernemers op Linkedin, en daar rolde een bijeenkomst in de Skybox uit voort.”

Die oproep werd gezien door Biesheuvel: “Voor mij viel daarmee iets op zijn plaats. Ik wilde ondernemen, maar: ik had geen gouden idee. In mijn eerdere banen had ik al ontdekt ik dat ik een relatie heb met de stad. Ik had besloten: alles in mijn leven moet vanaf nu in het teken staan van ecosysteemherstel. Eén van de vragen waar ik mee zat was: ‘Welke rol speelt de stad in ecosysteemherstel?’ Gezien de enorme hoeveelheid reststromen die in een stad om gaan, zou dat heel logisch zijn. Het idee voor een voorbeeldstad gebaseerd op de Blauwe Economie, waarin natuurlijke principes centraal staan, en afval geen rol speelt zoals Mark en Siemen dat op Linkedin presenteerden, sprak me daarom enorm aan.”

Bij die allereerste bijeenkomst waren, naast Biesheuvel zelf, die toen nog als interim bij Moyee Coffee en part time bij Enviu werkte, een aantal in een nieuwe soort economie geïnteresseerde Rotterdammers aanwezig, waaronder Willem de Klerk, Jonas Martens, destijds nog van Better Future Factory, stadsimker Bouna en Helly Scholten, die bij wijze van een duurzaam experiment met haar gezin in een kas in de Rotterdamse haven woonde. Hans Huurman, van de gemeente Rotterdam, stond op een trapje met een whiteboard marker mee te schrijven, rechtstreeks op het raam. Hij was als kwartiermaker door de gemeente naar voren geschoven om Mark en Siemen te helpen onderzoeken of het opzetten van een ecosysteem voor dit soort ondernemers haalbaar zou zijn.

Biesheuvel: “De eerste vraag was natuurlijk: wie doet er mee? Ik heb me op dat moment aangesloten. Aan het einde van de sessie werd ook gevraagd wie er tijd had om de one pager te helpen schrijven, en mee wilde helpen om een sessie met meer geïnteresseerden te organiseren. Dat was mijn eerste aandeel in BlueCity – samen met Huurman.”

Garage van 12.000m2
De volgende sessie vond plaats in Aloha, destijds een pop-up bar in de wildwaterbaan. Bij die bijeenkomst was Veer ook aanwezig:
“Al in 2012 begon ik afstand te nemen van mijn oude onderneming. Ik wilde iets bijdragen aan de duurzaamheidstransitie. In 2014 richtte ik stichting ifund op, een impact investeerder met als missie het investeren in ondernemerschap die bijdraagt aan een duurzame transitie.  Ik wilde niet alleen geld investeren; ik wilde ook betrokken zijn. Ik zag een soort impact incubator voor me, waar ifund kantoor zou houden met makers en ondernemers eromheen.” 

Toch had Veer niet direct Tropicana voor ogen: “Nee zeg! Ik zag meer een soort grote garage voor me, met een kantoortje erboven. Via Derk Loorbach hoorde ik van de bijeenkomst in Aloha. Aan het eind daarvan werd gevraagd of er investeerders waren; ik was de enige die mijn hand op stak. Die garage die ik voor mij zag, is iets groter geworden – 12.000 vierkante meter, ongeveer.”  Lees meer over Veers samenwerking met Loorbach.

“Die gedachte uit 2015 – BlueCity als plek waar dingen gemaakt worden – die is nog steeds leidend. Meer makers, minder rapporten – dat staat centraal in het DNA van BlueCity.” vult Biesheuvel aan. “Daarom is het BlueCity Lab zo belangrijk, daarom blijven we productieruimtes ontwikkelen. Dat is de kernwaarde van BlueCity: gewoon doen. Doen, doen, doen. Actie, actie, actie.” 

Concreet handelingsperspectief vs industrie van koffiedrinkersBlueCity-Circulaire-Voorbeeldstad-in-Rotterdam.

“Toen ik ifund begonnen was, stapte ik in een totaal nieuwe wereld: de wereld van de duurzame startups, van impact investment überhaupt,” blikt Veer terug. “Er bleek een hele industrie te bestaan van mensen die druk zijn met elkaar, die doorverwijzen naar anderen en die vooral veel koffie drinken. Na een tijdje was ik dat echt beu. Ik dacht: wij gaan het anders doen. Er moet niet alleen gepraat worden, er moet echt iets gebeuren. Niet alleen rapportjes schrijven en en advies geven. Gelukkig past dat heel goed bij Rotterdam.”

BlueCity heeft een unieke positie: dat zit voor een deel in het pand en de locatie. Een voormalig subtropisch zwemparadijs trekt sowieso de aandacht. “Die bijzondere omgeving, gecombineerd met de centrale ligging in de stad, maakt het mogelijk om op één plek verschillende functies te combineren en elkaar te laten versterken,” legt Biesheuvel uit. FUN-BlueCity

“Kantoor- en productieruimtes, en een groot Lab, voor verschillende types innovatieve ondernemers, ontwerpers en makers, zakelijke events waarin grote bedrijven en corporates samen met young professionals hun reststromen omzetten in waardevolle producten en diensten, een publieksprogrammering die expliciet agendeert en relatie zoekt met de stad om te zorgen dat de markt voor circulaire ondernemers wordt geprepareerd, business development, onderwijs en wonen.” Die combinatie maakt dat BlueCity meer is dan het pand. “Het is een dynamische netwerk en daarmee een spil in de regio die ondernemende geesten in staat stelt elkaar ontmoeten, concreet handelingsperspectief te ontwikkelen en daar direct mee aan de slag gaan.”

Ondernemerschap getoetst aan idealisme

De aantrekkingskracht van het pand was, zeker in het begin, ook een uitdaging. “Wij hebben in het begin heel erg moeten cureren op welke bedrijven hier kwamen,” vertelt Veer. “Het ging ons, vanaf het begin al, om een mix van ondernemers. Niet alleen consultants en architecten, maar ook makers en ontwerpers. We hebben vaak nee moeten verkopen om die mix te waarborgen.”

Ook op een ander vlak was die aantrekkingskracht van het pand, en ons plan, een belemmering: er waren heel veel mensen die wel mee wilden denken, maar verder toch vrijblijvend betrokken bleven. De investeerdersmindset van Veer bleek in die eerste fase essentieel. Biesheuvel: “Na die eerste sessie hadden we groep van meer dan tachtig geïnteresseerden. Maar dat bleef vrij vaag.”

Met een blik op Veer: “Jij hebt toen heel rap gevraagd om intenties van anderen concreet te vertalen naar ons business model. Prijzen bepalen, berekeningen maken. Die hebben we vertaald naar letters of intent waarin concrete diensten, vierkante meters en prijzen werden genoemd. Die stuurden we mee naar al die tachtig geïnteresseerden met de vraag om te tekenen bij serieuze interesse.” Veer: “Ik wilde van elke geïnteresseerde weten: hoeveel vierkante meter ga jij straks huren? Wat ben je bereid te betalen als we dit pand kopen en het gaan ontwikkelen? Want als ze ineens allemaal afvallen, dan weet je dat je geen businesscase hebt.” Biesheuvel vult aan: “Zo toetsten we het ondernemerschap aan het idealisme en het concept – en konden we starten met een aantal iconische bedrijven, die ook gewoon een marktconforme huur konden betalen.”

Van rotte kies tot icoon van een andere economie

Foto: Luka de Kruijf

Voor we verder praten over de ondernemers, kijken we eerst nog even terug. Waarom hebben Veer en Biesheuvel eigenlijk besloten door te zetten met Tropicana? Een nieuwbouwloods ergens op een A-locatie was een veel makkelijkere optie geweest dan het herontwikkelen van een oud zwembad. Veer is daar heel stellig in: “Vanaf het begin was duidelijk: dit is een iconisch pand. Iedereen wil hier komen kijken. En: iedereen die hier komt, heeft er een verhaal bij, of een herinnering aan. Tegelijkertijd wisten we dat bedrijven zoals rotterzwam een podium nodig hadden. Die twee dingen vielen mooi samen: op een andere locatie hadden ze nooit al deze aandacht gekregen. Voor ons was duidelijk: laten wij meer startups naar BlueCity halen, die zichtbaarheid gaat ze verder helpen.”

Geen woontorens

Toch was de realisatie van BlueCity een dubbeltje op zijn kant. Vanuit vastgoedperspectief was sloop van het pand en nieuwbouw van woontorens namelijk het meest lucratieve wat je kan doen op deze plek. “Ontwikkelaars die hier rondliepen, keken naar het pand als kostenpost: wat kost het om te slopen? Maar zij waren afwachtend vanwege de bestemming.” blikt Biesheuvel terug. “En gelukkig kon dat ook niet, niet nadat de gemeente zich daar tegen had uitgesproken. Het was ook echt een kwestie van momentum: als wij later in de crisis waren geweest, was er vast een projectontwikkelaar die het gewoon had gekocht voordat de gemeente die uitspraak had gedaan.”

Dat de gemeente die uitspraak had gedaan, was niet toevallig. Veer: “In de zomer van 2015 was er een kernteam waar o.a. ook Floris Schiferli in zat. Op zijn voorstel hebben we Yvette Govaart van COUP erbij gehaald, en haar gevraagd of ze kon uitrekenen hoe de businesscase voor sloop en nieuwbouw van woontorens eruit zou zien, in de specifieke omgeving van het pand. Tegelijkertijd gingen we in gesprek met de bewonersorganisatie van de appartementencomplexen tegenover Tropicana. Zij hadden zich verenigd in stichting Sky; die waren tegen de bouw van woontorens – zij wilden hun uitzicht bewaren. Zij hadden al een aantal plannen die door de gemeenteraad heen waren gekomen, alsnog weten tegen te houden. Wij hebben ze toen een rondleiding door het pand gegeven, en hen door onze lens laten kijken. Welke plannen we hadden, wat wij met het pand wilden gaan doen, wat voor impact-doelstellingen we daarbij hadden. Zij vertrokken heel enthousiast.” 

Rond die tijd presenteerden Veer de uitkomsten van het onderzoek naar sloop en nieuwbouw. “Dat bleek onhaalbaar,” zegt Veer. “Vanwege die sterke bewonersorganisatie was het pand kopen zonder de juiste bestemming een groot risico, en vanwege de buitendijkse ligging en beperkte mogelijkheden van bebouwing aan de kade was het te bebouwen gebied een stuk kleiner. Uiteindelijk was de businesscase voor sloop en nieuwbouw risicovol.”

Biesheuvel: “Onze rol hier was vooral wijzen op het risico dat dit kon leiden tot een nog langere leegstand van het pand. Alle lokale lijsttrekkers van de partijen zijn in die tijd langs geweest. Dat is wel echt het leuke van Rotterdam: als je ze uitnodigt, dan komen ze ook gewoon. Ook de directies van economie en stadsontwikkeling zijn bijvoorbeeld langs geweest. Politiek, bestuurlijk en ambtelijk hadden we toen en nu een heel erg betrokken gemeente. En het mooie is: zij snapten ook echt wat wij wilden doen, ook al leek dat toen nog vooral een onmogelijke droom. En belangrijker: zij snapten dat Wouter zijn nek uitstak met de aankoop van het pand.” Dat bleek in de opstartfase van cruciaal belang.

Weloverwogen risico van een stelletje dromers

Toen Veer en Biesheuvel de omwonenden mee hadden, en de gemeente Rotterdam overtuigd was van de onmogelijk- en onwenselijkheid van sloop en nieuwbouw, was er nog een belangrijk struikelblok: het bestemmingsplan. Veer: “Vóór de veiling heb ik onze plannen aan een paar ambtenaren gepresenteerd. Ik heb op de man af gevraagd hoe dat zat met de bestemming: ‘Ik snap dat je niets op papier kan zetten, maar ik wil je wel in je ogen aan kijken en zien dat als wij dingen gaan doen, dat dat ook mag.’ Dat gaf me het vertrouwen dat het oké zou gaan, anders had ik het niet gekocht.” Het was een risico, maar, vult Biesheuvel aan: “Een weloverwogen risico.”

Toch duurde het even voor de gemeente echt aanhaakte. “Dat snap ik ook wel,” zegt Veer, “Je bent wethouder, iedereen kent dat gekke pand en dan zijn er ineens een paar idioten, nou vooruit: idealisten, die zeggen: wij gaan het kopen om er een voorbeeldstad voor de circulaire economie in te bouwen… Dat ís ook wel ongeloofwaardig – ik zou er zelf ook cynisch over zijn. Stelletje dromers. Ik snap heel goed dat we hebben moeten laten zien dat we niet gek zijn. Dat we doordouwen, tegenslagen kunnen overwinnen en stamina hebben om het thuis te brengen.” Uiteindelijk is het goed gekomen: het bestemmingsplan werd gewijzigd, en de gemeente werd partner van BlueCity, onder andere in de publieksprogrammering.

Achteraf gezien vervult BlueCity al vanaf het allereerste begin de rol van voorbeeldstad. “Wij keken naar de ongekende mogelijkheden die dit pand bood, terwijl het pand in de ogen van project-ontwikkelaars al bij voorbaat alleen maar gesloopt kon worden,” vat Biesheuvel samen. “Het is een totaal ander perceptie van waarde. Dat is, vooral op vastgoedgebied, en vooral in deze stad, een waanzinnig mooie denkoefening.”

Praktisch opportunisme vs onhaalbare droom

Vanuit de wens om zo snel mogelijk zoveel mogelijk ondernemers te huisvesten, en zo de circulaire economie te versnellen, werd besloten als eerste voormalig Club Tropicana te transformeren tot kantoorvleugel. “Als je BlueCity bekijkt als een stad, of als een lichaam, dan zitten de hersenen hier, in de kop. Het lab is het hart, en de armen en de benen zijn de productiekantoren.”

De keus om te beginnen met de kantoorvleugel, in plaats van met bijvoorbeeld de productieruimtes, was ook praktisch ingegeven. “Je moet je voorstellen dat de kelder eigenlijk een enorme bak was die volstond met zaken die nodig zijn voor een subtropisch zwemparadijs: elektrische installaties, ontelbaar veel leidingen, enorme tanks en hydraulische pompen, opgedeeld door betonnen muren, met de kweekruimte van rotterzwam daar midden tussenin,” zegt Biesheuvel. “Beginnen met de disco ombouwen naar kantoorvleugel was gewoon de weg van de minste weerstand – ook wat betreft het bestemmingsplan.”

Veer: “Ik zat heel erg in de modus van no regret maatregelen nemen: wat moeten wij sowieso doen en waar krijgen we geen spijt van.” Alles in één keer aanpakken, vanuit één groot masterplan duurzaam ontwikkelen en opleveren was niet alleen ingewikkeld omdat het pand zo vreemd in elkaar zat – het past ook niet bij de manier waarop BlueCity werkt. “Dan ben je vier jaar verder voordat er één ondernemer aan de slag kan – dat voelde voor ons niet goed. We dachten: we gaan het gewoon stukje bij beetje doen, dan kunnen we meteen beginnen.”

Gewoon meteen beginnen
RotterZwam teelt oesterzwammen nieuwe economie

Een andere reden om direct te beginnen: BlueCity was een zeer experimenteel en innovatief concept, dat zichzelf financieel nog volledig moest bewijzen. Om die reden was er geen ruimte om eerst alles te bedenken; we zijn gewoon begonnen, en al doende gaan leren wat werkte, wat anders moest en wat echt niet levensvatbaar was. Er was bovendien geen ruimte om eens rustig een paar jaar na te denken; er moest gewoon geld verdiend worden.
Dus Wat Gaan Wij Doen
Tegelijkertijd was vanaf het begin duidelijk dat de ondernemers binnen BlueCity het belangrijkst zouden zijn: dingen maken, dingen doen, experimenteren en die bedrijven opschalen. De gedachte om meerdere functies te combineren sluit daarbij aan én maakt het haalbaar. “Met louter verhuur van werkruimte houd je een pand als BlueCity niet overeind, dat was al direct duidelijk,” aldus Veer. “We dachten al vrij snel aan publieksprogrammering – niet per se alleen voor de inkomsten, maar vooral ook vanuit de noodzaak bepaalde zaken te agenderen, een relatie met de stad te zoeken, om de markt voor circulaire ondernemers te preparen.” Biesheuvel vult aan: “We hebben vanaf het begin onze eigen broek op moeten houden, en dat was een behoorlijke uitdaging. Gelukkig hadden we het parkeerterrein dat voor wat inkomsten zorgde, en de Balzaal; in april 2016 verhuurden we die voor het eerst, aan DRIFT.” > lees meer over het eerste jaar van BlueCity

Die financiële uitdaging maakte het soms ook moeilijk om te blijven sturen op ondernemerschap. Om de balans te vinden tussen ontwikkeling en dicht bij je missie blijven. En om die balans te houden. Dat je zegt, we zijn geen verhuurschuur. Veer: “BlueCity gaat over meebewegen met de markt die wij nog aan het creëren zijn. Circulaire economie is nu een begrip, maar was vijf jaar geleden nog onbekend terrein.” Biesheuvel: “Wouter nam daarmee een enorm risico. Dat maakte de verantwoordelijkheid zo voelbaar: elke cent die we investeerden, moesten wij terugverdienen.”

De keus voor een verlaten zwembad maakte de financiële puzzel niet makkelijker. Veer: “Kijk, we zijn hier een paar ontwikkelingen tegelijkertijd aan het doen: een nieuw concept met een combinatie van functies in een heel specifiek gebouw aan de praat krijgen en tegelijkertijd dat vastgoed circulair ontwikkelen. Als ik terug zou kunnen reizen in de tijd, zou ik ons dat niet aanraden. Zonder al die vastgoedshit, zonder al die investeringen en vertragingen, zonder al het bijkomende gezeur, hadden we veel meer aan dat ondernemerschap kunnen doen. Het enige wat het vastgoed inhoudelijk toevoegt, is dat je circulair bouwen als voorbeeld kunt nemen.”

Expeditie BlueCity

Biesheuvel: “Daar ben ik het niet mee eens. Ja, het was makkelijker geweest als we in een loods waren gaan zitten, maar ik denk dat er geen bedrijf in Nederland is dat op deze manier, op dat moment, zo expliciet een iconisch pand is gaan ontwikkelen. Dat geeft ons, en veel belangrijker: de ondernemers die in BlueCity gevestigd zijn, een enorme voorsprong.” En dat werkt: pré-corona kwamen er ruim 17.000 mensen per jaar, voornamelijk zakelijk publiek, over de vloer, om met eigen ogen te zien hoe de circulaire economie vorm krijgt.

Die focus op ondernemerschap zorgt er ook voor dat Veer en Biesheuvel niet afgeleid raken door alle mogelijkheden die het pand, iconisch én gelegen op een centrale locatie aan de Maas, biedt. Dat speelt onder andere bij de ontwikkeling van de Dome (het voormalige golfslagbad in het hart van het pand, red) een belangrijke rol. “De grote vraag is: hoe blijf je relevant?” stelt Biesheuvel. “Stel je voor, wij gaan de Dome ontwikkelen tot een congrescentrum waar we events voor 900 man kunnen hosten. Met het maken van dat plan kun je zo een paar maanden bezig zijn voor je je bedenkt: maar we zijn toch geen verhuurschuur? Het gaat er toch om dat we circulaire startups groter maken? Dan wordt het denken over de Dome toegespitst: hoe past een congrescentrum in ons plan om meer bedrijven te laten starten en op te schalen? Wat hebben we dan nodig? Dat uitgangspunt waarin ondernemerschap centraal staat, bepaalt onze relevantie. Toffe eventlocaties blijven komen en gaan – wij staan voor iets groters.”

De wake-up call van Corona

En toen kwam Corona – met voor BlueCity een aanvankelijk omzetverlies van 80 procent. “Hier ging het circulaire ontwikkelen gewoon door. Of eigenlijk júist door. Middenin de eerste lockdown moesten we een investering van acht ton voor de daken goedkeuren, en acht ton voor de kelder en nog eens een half miljoen voor de ontwikkeling van kelders-oost,” somt Veer op. “Toen dacht ik wel even: moeten we nu serieus 2,2 miljoen aan investeringen goedkeuren, tijdens corona, in een wereld waar straks niemand ooit meer naar een kantoor gaat?” Biesheuvel vult aan: “En een wereld waarin misschien ook geen events meer mogen plaatsvinden? Dat was een wake up call: ja, wij gingen ondernemers helpen, toch? Zullen we een afhaalservice beginnen?”

BlueDrive Thru – over gewoon gáán

Biesheuvel refereert aan de Blue DriveThru
, een corona-proof pick-up point voor lokaal Rotterdams eten dat midden mei 2020 werd geopend in de kelders van BlueCity. Het was één van de vele #supportyourlocals-acties, maar paste ook goed bij BlueCity: hiermee werd lokale ondernemers, die vaak ook door de horeca-sluiting waren getroffen, een manier geboden om hun klanten te bereiken.

Hoewel het initiatief al enkele maanden na de opening de deuren sloot, kijkt Veer kijkt er positief op terug: “Ondernemerschap is ook gewoon fucking veel proberen. Als je twijfelt tussen wel of niet doen, dan altijd dóen. 90 procent mislukt, maar dat geeft niet. Als je dat maar vaak genoeg doet, dan ontstaat er echt een aantal heel goede ideeën.” Biesheuvel vult aan: “En van alles wat je doet leer je dingen die je nooit had geleerd als je het niet had gedaan. Daarom is ondernemerschap zo belangrijk. Dat is een bloedgroep die niet wacht op de juiste omstandigheden. Dat zijn mensen die niet de vraag stellen óf we het gaan doen, maar: hóe gaan we het doen?” Vanuit diezelfde gedachte werd middenin de Coronacrisis BlueCity Studio uit de grond gestampt – zo kon BlueCity haar programmering weer oppakken. De Studio, Balzaal en Dome zijn bovendien te huur voor bedrijven die online events willen organiseren. Een virtuele rondleiding door het pand wordt binnenkort gelanceerd – zo kunnen die wereldwijde bezoekers online kennis maken met de circulaire economie in BlueCity. Die veerkracht is tekenend.

Veer, glimmend: “Dat is ook meteen ons grootste succesverhaal: we staan er nog steeds. Met een fantastisch team met fantastische mensen, die op een fantastische manier samenwerken. BlueCity is superrelevant is, er is veel tractie – het bruist van de energie.”

De droom behouden – en uitbouwen

Van de bedrijven die de afgelopen vijf jaar in BlueCity startten, zijn er inmiddels een aantal opgeschaald: FruitFly Ninja en OkkeHout bijvoorbeeld. Circulaire bierbrouwerij Vet&Lazy is binnen het pand opgeschaald. Ook voor rotterzwam, één van de grondleggers van BlueCity én de eerste ondernemer die zich in voormalig Tropicana vestigde, werd het pand al na een paar jaar te klein: in 2019 opende rotterzwam haar kwekerij op het terrein van De Kroon, een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam-West, een paar kilometer de Maas af. In de acht gebruikte reefer-containers op de nieuwe locatie zet rotterzwam maandelijks 6.000 tot 7.000 kilo koffiedik om in 1.200 tot 1.400 kilo oesterzwammen. 

Meer start-ups, sneller schalen
Ondernemers Eva Aarts en Wies van Lieshout

Veer: “Er zijn weinig bedrijven die snel opschalen in deze sector. Wij willen laten dat als je in BlueCity geboren wordt of je er vroeg vestigt, je makkelijker lastige situaties overleeft en sneller groeit.” “Wat we moeten doen, is de dingen die we informeel al doen, institutionaliseren,” vult Biesheuvel aan. “Denk bijvoorbeeld aan een follow-up programma waarmee start-ups sneller groeien. We hebben de afgelopen vijf jaar intensief met een aantal ondernemers samen gewerkt, en eigenlijk zijn de vraagstukken met betrekking tot opschaling steeds dezelfde: welk proces ga je zelf doen, welke methodiek zet je in, wat voor materiaal gebruik je, welke investeringen doe je, etc. ”

“Qua team: we hebben nu mensen nodig die wat BlueCity doet, behouden en uitbouwen.” Veer heeft het daarmee over het elkaar verder versterken van de verschillende functies die BlueCity combineert, maar ook over de focus op ondernemerschap. “Er moeten meer bedrijven starten via de Circular Challenge en ander zakelijke programma’s. En de bedrijven die hier zijn, moeten we sneller succesvol maken.”

Gevraagd naar kanshebbers in die laatste categorie noemt Biesheuvel Waterweg, het bedrijf van Eva Aarts en Wies van Lieshout. In 2018 wonnen ze met hun idee voor waterpasserende tegels gemaakt van bagger de Circular Challenge. Biesheuvel: “Waterweg heeft een multi-oplossing ontwikkeld: ze verwerken een problematische reststroom tot klimaatadaptieve producten.”

Een motor voor werkgelegenheid

En daar komt een tweede droomscenario om de hoek kijken: dat BlueCity een motor voor werkgelegenheid wordt. “Dat is heel goed aan Waterweg,” stelt Biesheuvel. “Dat productieproces kan enorm veel werkgelegenheid creëren.” Zo wordt duidelijk dat duurzaamheid een oplossing kan zijn voor een heel breed publiek. ”Deze economie is inclusief,” zegt Biesheuvel. En dat is, vooral in een arbeidersstad als Rotterdam, belangrijk.

Pand uit, wijk in

Ook op een ander vlak moet BlueCity inclusiever worden: “Met de dingen die we tot nu toe gedaan hebben, hebben we vooral de koplopers bereikt; mensen die al bewust zijn, die duurzamer willen leven,” stelt Biesheuvel. “Als je debat kiest als programmeringsvorm, dan is dat al een keuze in wie je gaat bereiken. Namelijk: de mensen die het fijn vinden om een debat te volgen. Dat is slechts een fractie van de bevolking. Willen we schaalbare verandering, dan moet iedereen daarin mee. En dus moeten wij, als BlueCity, meer gaan experimenteren. We moeten het pand uit, en de wijken in.”

Die nadruk op publieksprogrammering lijkt enigszins te botsen met de focus op ondernemerschap, maar doet dat in de praktijk niet. “Programmering is altijd al het middel geweest om ervoor te zorgen dat de markt klaar is voor de nieuwe producten die ondernemers ontwikkelen,” stelt Biesheuvel. Dat is deels het agenderen, en deels de markt beïnvloeden. “Het hele idee dat afval vies is – daar moeten we vanaf. Afval is grondstof – in het veranderen van die mindset is nog een wereld in te winnen.”

De markt meekrijgen

Als je het zo bekijkt, is het van essentieel belang om de markt mee te krijgen. Veer: “Consumenten stemmen elke dag met hun geld over hoe ze willen dat de wereld eruit ziet. Dan moet je er dus voor zorgen dat er niet alleen ondernemers zijn die andere dingen maken, maar dat er ook mensen zijn die die dingen kopen, en andere dingen juist níet meer kopen. Dat betekent eigenlijk: voorlichting. Laten zien wat er is, vertellen hoe de wereld in elkaar zit, welke problemen er zijn en hoe je dat oplost. Daarom zijn publieke programmering en voorlichting instrumenteel om die ondernemers versnellen.”

Zo vervult BlueCity op verschillende vlakken de functie van voorbeeldstad voor de circulaire economie. De afgelopen vijf jaar is er een dynamische community ontstaan die bezoekers van over de hele wereld aantrekt, en heeft BlueCity zich ontwikkeld tot spil van de circulaire economie in de stad én de regio. Een plek waar ondernemende geesten elkaar ontmoeten, en waar concreet handelingsperspectief wordt ontwikkeld – door bedrijven én burgers. 

De komende jaren gaan we dat uitbouwen: we gaan het pand uit, en de wijken in om zo meer Rotterdammers mee te krijgen. En we gaan meer bedrijven helpen schalen: BlueCity wordt een motor voor werkgelegenheid. Dit is het moment om door te pakken. Niet door te denken, maar door te dóen. Op naar de volgende vijf jaar!

Five more years!

In de afgelopen vijf jaar zijn we gegroeid van ‘een stel gekkies in het zwembad’ tot de spil van de circulaire economie in de stad én de regio. Maar: de definitieve stap naar een circulaire economie zetten we alleen samen – en dít is het moment om door te pakken. Niet door te denken, maar door te dóen. Wij zijn al begonnen. Let’s co create a new current – and surf the new economy together!